In het financieringsplan staat hoe u de benodigde investeringen denkt te financieren. Dit kan door middel van eigen vermogen of door middel van vreemd vermogen. Het totaal van de investeringen is gelijk aan het totaal van de financiering.
Een voorbeeld van een financieringsbegroting:
Financieringsbehoefte:
Totale investering € 900.000
Beschikbaar eigen vermogen € 400.000 -
Behoefte aan vreemd vermogen € 500.000
Aan te trekken vreemd vermogen:
Op lange termijn
Hypothecaire lening € 200.000
Onderhandse lening € 100.000 +
€ 300.000
Op korte termijn
Leverancierskrediet € 100.000
Bankkrediet € 100.000 +
€ 200.000
Een voorbeeld van een balans met een investeringsbegroting en een financieringsbegroting:
| Investeringsbegroting | Financieringsbegroting | ||
| Vaste activa Vlottende activa Liquide middelen Aanloop- en openingskosten |
€ | Eigen vermogen Vreemd vermogen |
€ |
| Totaal | € | Totaal | € |
Eigen vermogen
Is geld waarover je zelf beschikt zoals spaargeld en inbreng van bedrijfsmiddelen die al zijn aangeschaft. Dit deel van de investeringen dat de starter zelf financiert heet Eigen vermogen. Ook zogenaamde achtergestelde leningen (van bijvoorbeeld familie, ook bekend als ´durfkapitaal´) tellen bij een financieringsaanvraag mee als eigen vermogen.
Vreemd vermogen
Geld dat anderen inbrengen. Er zijn die mogelijkheden van vreemd vermogen.
Lang vreemd vermogen
De looptijd van de lening is langer dan tien jaar. Een voorbeeld hiervan is een hypotheek.
Middellang vreemd vermogen
De looptijd is één jaar tot tien jaar.
Kort vreemd vermogen
Leningen en kredieten met een looptijd die korter is dan één jaar.
Bijvoorbeeld: rekening-courant, leverancierskrediet, te betalen belastingen.
Solvabiliteit
Een starter moet eigen vermogen inbrengen om een lening te kunnen afsluiten. De verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totaal benodigde vermogen wordt ´solvabiliteit´ genoemd. Dit kengetal geeft aan in welke mate een onderneming op langere termijn aan zijn schulden zal kunnen voldoen.
Eigen vermogen / Totaal vermogen x 100 % = Solvabiliteit
De solvabiliteitseis verschilt per branche. Houd rekening met minimaal 20% eigen vermogen. In branches als de horeca kan dat oplopen tot 50%.
Bron: Kamer van Koophandel