Van de overheid. Voor ondernemers.

Toelichting regionale kerncijfers Nederland

Deze informatie is geplaatst door: Centraal Bureau voor de Statistiek

In samenwerking met het Centraal Bureau voor de Statistiek biedt Ondernemersplein naast de branchecijfers aanvullende regiostatistieken op het gebied van Bevolking, Inkomen en Uitkeringen. Hieronder wordt de achtergrond van deze statistieken nader toegelicht.

Bevolking

Totale bevolking

Bevolking op 1 januari. Betreft het geregistreerde aantal personen van Nederland.

Bevolkingsdichtheid

Aantal inwoners op 1 januari per km2 land.

Inkomen

Gemiddeld persoonlijk inkomen

Het persoonlijk inkomen omvat de volgende bestanddelen van het bruto-inkomen van een persoon:

  • inkomen uit arbeid
  • inkomen uit eigen onderneming
  • uitkering inkomensverzekeringen
  • uitkering sociale voorzieningen (behalve kinderbijslag).

Het gaat hier om het rekenkundig gemiddeld persoonlijk inkomen per persoon.

Totaal personen

De uitkomsten hebben betrekking op personen in particuliere huishoudens met inkomen in Nederland. Personen die in tehuizen of inrichtingen verblijven, zijn buiten beschouwing gebleven.

WW-Uitkeringen

WW-uitkeringen

Uitkeringen in het kader van de werkloosheidswet (WW) die aan het eind van de desbetreffende verslagperiode werden verstrekt, de zogeheten lopende uitkeringen. Deze worden ontleend aan de administraties van het uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV). Afhankelijk van de arbeidsmarktsituatie voor de intreding van de werkloosheid kan aanspraak bestaan op meer dan één uitkering. Er is dan sprake van samenloop van uitkeringen. Bij een dergelijke samenloop zijn van elke uitkering de gegevens opgenomen. De tabellen geven dus geen informatie over het aantal mensen die een of meer uitkeringen ontvangen, maar wel over het aantal WW-uitkeringen en de bijbehorende kenmerken van de uitkering of uitkeringontvanger. Dit betekent dat formeel niet gezegd kan worden dat bijvoorbeeld mannen vaker een WW-uitkering hebben dan vrouwen, maar wel dat de uitkeringen vaker betrekking hebben op mannen dan op vrouwen. De aantallen zijn inclusief nuluitkeringen. Nuluitkeringen zijn uitkeringen die niet tot uitbetaling komen door korting op de uitkering of sanctie. Korting op de uitkering leidend tot een nuluitkering wordt veroorzaakt doordat men voldoende inkomsten uit tijdelijke arbeid heeft. Een sanctie kan worden opgelegd omdat men niet voldoet aan de voorschriften op grond waarvan voortzetting van de uitkering afhankelijk is. Een dergelijke sanctie wordt opgelegd in het kader van de Wet boeten, maatregelen en terug- en invordering sociale zekerheid (Wet BMT). De cijfers zijn inclusief de uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland. De jaarcijfers van 1995 t/m 1997 zijn jaargemiddelden. Daar de cijfers zijn afgerond op vijftallen is de som van de afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som. De jaarcijfers vanaf 1998 zijn standcijfers per 31 december van het betreffende jaar. Daar de cijfers zijn afgerond op tientallen is de som van de afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som.

WW-uitkeringen totaal, relatief

Het nationaal totaal is inclusief de WW-uitkeringen waarvan de leeftijd van de aanvrager onbekend is, waarbij de woon- of verblijfplaats van de aanvrager onbekend is of waarbij de aanvrager woonachtig is in het buitenland. De cijfers van 1995 t/m 1997 zijn per het gemiddeld aantal inwoners van 15 tot 65 jaar van het betreffende jaar. De cijfers vanaf 1998 daarentegen zijn per duizend inwoners van 15 tot 65 jaar op 31 december van het betreffende jaar. Beide cijfers geven een licht vertekend beeld omdat in de teller uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden in het buitenland zijn inbegrepen en de noemer bevat alleen personen in Nederland. Daar het aantal ww-uitkeringen is afgerond op tientallen, zijn de relatieve cijfers vermeld bij 50 of meer ww-uitkeringen.

Bijstandsuitkeringen

ABW/WWB/WIJ-uitkeringen

Uitkomsten over het aantal uitkeringen in het kader van de algemene bijstandswet (ABW), de Wet werk en bijstand (WWB) en de Wet investeren in jongeren (WIJ). De WWB is per 1 januari 2004 in de plaats is gekomen van de ABW. Met ingang van 1 oktober 2009 is naast de WWB de WIJ van kracht geworden. Indien in een huishouden met twee bijstandsgerechtigde partners één partner een uitkering op grond van de WWB ontvangt en de andere partner een uitkering ontvangt op grond van de WIJ, worden beide uitkeringen geteld. Een WWB-uitkering is bedoeld voor huishoudens. Hoewel voor (echt)paren geldt dat beide partners voor gelijke delen recht hebben op de uitkering, is er toch sprake van één uitkering. Een WIJ-uitkering wordt verstrekt aan één persoon. Het is mogelijk dat in een huishouden met twee personen, beide personen een WIJ-uitkering ontvangen. In die situatie worden de uitkeringen als één uitkering geteld. Met de invoering van de WIJ-uitkering is toegang tot de algemene bijstand op grond van de WWB voor jongeren tot 27 jaar afgesloten. De WIJ beoogt dat jongeren werken en/of een opleiding volgen. Als een jongere (tot 27 jaar) een aanvraag doet voor algemene bijstand is de gemeente verplicht de aanvrager een aanbod te doen voor werk of scholing of een combinatie van beide. Jongeren die niet op het aanbod ingaan, ontvangen geen uitkering. Wordt het werkleeraanbod wel geaccepteerd, dan ontstaat ook het recht op een inkomensvoorziening die vergelijkbaar is met een bijstandsuitkering. Het betreft uitkeringen aan thuiswonenden, dus niet uitkeringen die worden toegekend aan mensen die in instellingen of inrichtingen verblijven. De cijfers geven niet het aantal personen weer dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering, maar het aantal uitkeringen dat aan huishoudens is toegekend. Dit is met name van belang bij huishoudens van (echt)paren; hoewel bij (echt)paren beide partners voor gelijke delen recht hebben op de uitkering, is er toch sprake van slechts één uitkering en worden alleen de kenmerken van degene die de uitkering daadwerkelijk heeft aangevraagd in beschouwing genomen. Doordat bij (echt)paren de uitkering overwegend wordt aangevraagd door de man, zijn gegevens over vrouwen in de uitkomsten ondervertegenwoordigd. Bij de cijfers vanaf 2005 is er voor gekozen om bij het toedelen van uitkeringen aan (echt)paren consequent de persoonskenmerken over te nemen van de oudste persoon van het (echt)paar. Op 1 januari 1996 is de nieuwe bijstandswet ingevoerd. Bij de invoering van de nieuwe ABW is de RWW (rijksgroepsregeling werkloze werknemers) als afzonderlijke regeling vervallen. Voor 1995 zijn de aantallen ABW-uitkeringen teruggelegd, waarbij de RWW-uitkeringen bij de ABW-uitkeringen zijn geteld. De jaarcijfers zijn standcijfers per 31 december van het betreffende jaar. Daar de cijfers over 1995 t/m 1997 zijn afgerond op vijftallen en vanaf 1998 op tientallen is de som van de afgeronde getallen niet altijd gelijk aan de afgeronde som.

ABW/WWB/WIJ-uitkeringen totaal, relatief

Bij het bepalen van het aantal bijstandsuitkeringen per duizend particuliere huishoudens regionaal vindt enige vertekening plaats omdat de standcijfers van het aantal bijstandsuitkeringen per 31 december en het aantal particuliere huishoudens per 1 januari van het betreffende jaar zijn. Daar het aantal abw/wwb/wij-uitkeringen is afgerond op tientallen, zijn de relatieve cijfers vermeld bij 50 of meer abw/wwb/wij-uitkeringen. Het nationaal totaal vanaf 1998 is inclusief de bijstandsuitkeringen waarbij de aanvrager vanaf 2005 bij (echt)paren de oudste persoon van het (echt)paar) 65 jaar of ouder is, de leeftijd onbekend is of waarbij het geslacht onbekend is.

Deze gemeentelijke cijfers zijn gebaseerd op de CBS-statlinetabel 'Regionale Kerncijfers Nederland'. Voor deze tabel met uitgebreide toelichting, zie Statline.

Deze informatie is geplaatst door:

Centraal Bureau voor de Statistiek