Het is voor bedrijven en instellingen aantrekkelijker geworden om iemand in dienst te nemen via de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL). De BBL is een vorm van werkend leren in het mbo-onderwijs.
De deelnemer werkt in een bedrijf of instelling en gaat gemiddeld één dag in de week naar school. Voor bedrijven en instellingen is de bbl belangrijk omdat het een mogelijkheid biedt om aan vakbekwaam personeel te komen.
Bovendien kunnen werkgevers die iemand via de BBL in dienst hebben jaarlijks een bijdrage in de kosten krijgen. De zogenaamde afdrachtvermindering onderwijs (WVA)
Voor uitgebreide informatie wordt u doorverwezen naar de site van de subsidieverstrekker.
Voor deze constructie is gekozen omdat u op deze wijze wordt doorverwezen naar de meest recente informatie over de subsidieregeling en de aanvraagprocedure.
Aan de op deze site vermelde informatie kunnen geen rechten worden ontleend. Ondernemersplein.nl kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele onjuistheden.
Afdrachtvermindering Onderwijs
U kunt op grond van de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) gebruikmaken van een vermindering van de belasting- en premieafdracht voor verschillende groepen werknemers of voor bepaalde kosten die u maakt. U hoeft dan minder loonbelasting/premie volksverzekeringen en eindheffing af te dragen dan u heeft aangegeven. De belangrijkste doelen van de afdrachtverminderingen zijn het stimuleren van de werkgelegenheid en het bevorderen van onderwijs en onderzoek.
U heeft recht op de afdrachtvermindering onderwijs als u een werknemer of leerling in dienst heeft die:
1. de beroepspraktijkvorming volgt van de beroepsbegeleidende leerweg op grond van een leer-werkovereenkomst tussen u, de werknemer en de onderwijsinstelling;
2. een voormalige werkloze is die aangewezen scholing volgt die erop gericht is hem op startkwalificatieniveau te brengen. Bij scholing op startkwalificatieniveau gaat het om scholing die maximaal opleidt tot MBO 2-niveau. De opleidingen die hieraan voldoen, zijn de opleidingen van niveau 1 (assistentenopleiding) en niveau 2 (basisberoepsopleiding) uit het zogenaamde Crebo-register dat wordt vastgesteld door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen;
3. een leer-werktraject volgt in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs (vmbo). De leerling moet werkzaamheden verrichten in het kader van een leer-werkovereenkomst tussen u, de leerling, de onderwijsinstelling en het landelijk orgaan voor het beroepsonderwijs. Een arbeidsovereenkomst is hierbij niet nodig;
4. gedurende ten minste twee maanden een stage volgt in het kader van een beroepsopleiding in de beroepsopleidende leerweg op mbo-niveau 1 of 2. Deze stage moet plaatsvinden op grond van een leer-werkovereenkomst tussen u, de onderwijsinstelling en de stagiair;
5. een procedure Erkenning verworven competentie (EVC-procedure) volgt bij een erkende EVC-aanbieder.
(www.belastingdienst.nl/zakelijk/loonheffingen/lb22_afdrachtverminderingen ).