Van de overheid. Voor ondernemers.

Prijs voor een product

Deze informatie is geplaatst door: Kamer van Koophandel

U wilt een goede prijs voor uw product vragen. Natuurlijk houdt u rekening met de kosten die u maakt en zaken als btw. Misschien kijkt u ook naar uw concurrenten, wat rekenen zij? Of let u vooral op de vraag: hoe gewild is uw product? Hier vindt u handvaten om de prijs van uw product te berekenen.

Neem alle kosten mee in de uiteindelijke prijs

De kosten die uw bedrijf maakt, zijn op de volgende manieren in te delen:

Directe en indirecte kosten:

  • Directe kosten: staan direct met uw product in verband, zoals inkoop- of productiekosten. Als u bijvoorbeeld een schoen maakt, dan heeft u kosten voor de lijm, voor leer en voor naaigaren.
  • Indirecte kosten: hebben indirect met het product te maken. Om een schoen te kunnen maken, heeft u energie nodig voor de naaimachine. Omdat u diezelfde energie ook gebruikt om uw bedrijfspand te verlichten, zijn de energiekosten indirect.

Vaste en variabele kosten:

  • Vaste kosten: staan los van een product, maar gelden voor uw hele bedrijf. Voorbeelden zijn personeelskosten en afschrijvingskosten. Vaste kosten heeft u altijd.
  • Variabele kosten: zijn afhankelijk van het aantal producten dat u produceert of inkoopt. Denk aan inhuur van tijdelijk personeel of vervoerskosten.

Ook moet u vaak btw heffen. Of dat 21%, 6% of 0% is, hangt af van het soort product. Natuurlijk wilt u er zelf ook nog iets aan overhouden. Dat is uw marge of winst.

Manieren om de prijs te berekenen

Er zijn meerdere manieren om de kostprijs van een product te bepalen. De 3 meest gebruikte methoden zijn:

  • integrale kostprijscalculatie
  • kostenplaatsberekening
  • activity based costing

Integrale kostprijs

U gaat uit van de kostprijs van uw product (directe + indirecte kosten) en telt hier een bepaalde marge bij op. Welke marge u kunt hanteren, verschilt per branche. Vraag na bij uw brancheorganisatie welke marge in uw branche gebruikelijk is. Dit bedrag is nog exclusief btw.

Kostenplaatsmethode

De directe kosten hebben te maken met een specifiek product. Benoem de verschillende producten. Deze noemen we de hoofdkostenplaatsen. Bereken daarna de indirecte kosten (ook wel overhead genoemd). Deze noemen we de hulpkostenplaatsen. Verdeel via een percentage de hulpkostenplaatsen over de hoofdkostenplaatsen. Ga uit van een realistisch verkoopaantal van producten of geproduceerde aantallen. Deze noemen we de normale bezetting. U berekent de kostprijs door de totale kosten per kostenplaats te delen door de normale bezetting.

Activity Based costing (ABC)

De ABC methode lijkt heel veel op de Kostenplaatsmethode. Hierbij worden niet de zelfstandige bedrijfsonderdelen benoemd als hoofdkostenplaats. Bij de ABC-methode benoemen we de activiteiten die worden uitgevoerd om een product te maken of te verkopen. Enkele activiteiten worden gebundeld in activiteitencentra en toebedeeld aan de meest belangrijke activiteit. Deze belangrijke activiteit noemen we de cost driver. De cost driver wordt toegerekend naar een product.

Tips om de prijs te bepalen

Prijs in de markt

U kijkt wat anderen vragen voor een product en hanteert zelf een soortgelijke prijs. Als u een kledingwinkel begint, ziet u dat uw concurrent bijvoorbeeld 100 euro voor een broek vraagt. Dat geeft u een richtlijn.

Waarde voor de klant

U kunt uw prijs ook laten afhangen van de waarde die uw product heeft voor de klant. Een kunstschilder kan de prijs van een schilderij laten afhangen van wat een kunstliefhebber ervoor over heeft. Een marktonderzoek vertelt u meer over wat een klant wil betalen voor een product.

Geen prijsafspraken

Ondernemers mogen onderling geen prijsafspraken maken. U bepaalt dus zelf welke prijs u vraagt.

Advies bij het bepalen van een prijs

Uw brancheorganisatie kan u adviseren bij het bepalen van uw prijs. Zoek uw brancheorganisatie in de branche-informatie.

Deze informatie is geplaatst door:

Kamer van Koophandel

Heeft u nog vragen?

KvK-Financieringsdesk

Bel: 0800-1014