Zoeken:
 
Aanmelden Nieuwsbrief
Voorzitter MBO Raad
  • Jan van Zijl; Voorzitter MBO Raad
  • ’In onze kenniseconomie is het belangrijk dat werknemers employabel zijn'
4 vragen aan Jan van Zijl; Voorzitter MBO Raad
Krijg door middel van een kort filmpje een indruk van een ondernemend beroep.

Jan van Zijl; Voorzitter MBO Raad

Vraag 1: Wat vindt u van ondernemend onderwijs?

Ondernemend mbo-onderwijs is onderwijs dat dicht op de arbeidsmarkt staat, weet wat de arbeidsmarkt van goed gekwalificeerde werknemers vraagt en dat daarop een antwoord heeft. In onze kenniseconomie is het vooral van belang dat werknemers 'employabel' zijn, dat ze toegerust zijn op de steeds veranderende eisen van de arbeidsmarkt. Het mbo speelt daarop in met competentiegericht onderwijs. Of je als werknemer nu in een bedrijf werkt of dat je eigen bedrijf start, het gaat erom dat je initiatief neemt, dat je oplossingen zoekt, dat je zelfstandig kan werken, dat je zelf ontdekt hoe je je werk beter kan uitvoeren en dat je vooruitkijkt. Niet alleen in je werk maar óók naar je verdere loopbaan. Ondernemend onderwijs is ook mogelijkheden bieden om een leven lang te leren.

Vraag 2: Bedrijven vragen steeds vaker om ondernemende medewerkers. Hoe kan volgens u het (mbo) onderwijs daaraan een bijdrage leveren?

Het mbo wil zo goed mogelijk aansluiten op de vraag van het bedrijfsleven. We werken dan ook hard aan het vormgeven van competentiegerichte beroepsonderwijs. Om dat goed te kunnen doen werken we nauw samen met het bedrijfsleven. Dát bepaalt wat een werknemer in een bepaald beroep moet kunnen en kennen. Het onderwijs is verantwoordelijk voor het inhoudelijk vormgeven van de opleiding voor dat beroep. Ondernemend zijn is een voorbeeld van een competentie die een student aan het einde van zijn opleiding moet beheersen. De mbo-student is een (jong) volwassene die midden in de maatschappij staat en die op zelfstandig wijze, met goede begeleiding vanuit de school, kennis en vaardigheden verwerft die aansluiten bij de arbeidsmarkt die voortdurend in beweging is.

Vraag 3: Vult u eens aan… ‘Ik zou willen dat het mbo-onderwijs nog meer gezien wordt als de kweekvijver voor ondernemers, omdat…

...ondernemen kansen biedt, voor de ondernemende werknemer én voor ondernemerschap. Uit de, in januari van dit jaar gepresenteerde nulmeting 'Onderwijs en Ondernemerschap' blijkt dat het mbo het vergeleken met de overige onderwijssectoren goed doet op het gebied van ondernemerschap. Ondernemerschap is in het mbo in heel veel sectoren verankerd in de onderwijsprogramma's. Een relatief groot deel van de mbo-instellingen heeft zelf ook in hun missie/visie opgenomen. Dat komt tot uiting in die nauwe samenwerking met het bedrijfsleven, met als belangrijk doel kennisdeling. Ondernemers zijn graag geziene gasten op onze instellingen: ze geven bijvoorbeeld les in wat het betekent om een eigen bedrijf te hebben. Dichter bij de praktijk kun je bijna niet komen!

Vraag 4: Ondernemend onderwijs vraagt van docenten andere competenties. Wat is de rol van de MBO Raad hierin?

Gelukkig werken er in het mbo relatief veel docenten die een ondernemersachtergrond hebben of ondernemerschap combineren met het docentschap. Dat is goud waard. Kennisdeling binnen het mbo op het terrein van ondernemerschap kan ervoor zorgen dat er nog meer docenten het ondernemersvirus te pakken krijgen.
Omdat te stimuleren participeren we als MBO Raad in het Partnership Leren Ondernemen. We behartigen de belangen van het mbo zo goed mogelijk en zorgen ervoor dat kansen en de mogelijkheden van het mbo wat betreft ondernemerschap zo goed mogelijk benut worden.
Jong Ondernemen
De belangrijkste reden dat ik ondernemer ben geworden (wil worden) is: