Zoeken:
 
Aanmelden Nieuwsbrief
Regeling werktijdverkorting en deeltijd-WW
Krijg door middel van een kort filmpje een indruk van een ondernemend beroep.

Vragen en antwoorden rondom de bijzondere regeling werktijdverkorting en deeltijd-WW (d.d.14- 04-2009)

1. Wat was de bijzondere regeling werktijdverkorting (WTV) en wat hield deze in?

 

De WTV is per 30 november 2008 ingevoerd en bedoeld voor bedrijven die te maken hadden met een zware en acute daling van de omzet als gevolg de crisis.
Met ingang van 21 maart 2009 is de regeling gesloten.

 

dalingDe financiële crisis veroorzaakte een teruggang in de reële economie, en deed dat met zo'n ongekende en onverwachte snelheid dat bedrijven soms van de ene op de andere dag werden geconfronteerd met een acute vraaguitval. Om te voorkomen dat deze bedrijven onder druk van de snelle veranderingen overhaast beslissingen namen over vermindering van de arbeidscapaciteit, heeft het kabinet per 30 november 2008 werktijdverkorting mogelijk gemaakt voor bedrijven die geconfronteerd werden met ten minste 30% omzetverlies in een periode van twee maanden ((Verlengde) Bijzondere beleidsregels verbod op werktijdverkorting 2008).


2. Welke verschillende subsidies zijn er voor een bedrijf, voor de te maken opleidingskosten?

 

• ESF-subsidie vanuit het opleidingsfonds HBD:

De Stichting Opleidingsfonds HBD is erkend aanvrager van ESF-subsidie en heeft subsidie aangevraagd op verzoek van detailhandelsondernemingen en brancheorganisaties. Werknemers in food en non-food branches, van zowel midden- en kleinbedrijven als grootwinkelbedrijven kunnen voor een groot aantal opleidingen tenminste 32% korting krijgen. De korting is mogelijk dankzij ESF-subsidie.


• Groothandel: branchescholingsfondsen en ESF-subsidie via de Stichting Opleidingsfonds Groothandel

 
• Bij toepassing van reguliere scholing (BBL) is het eventueel mogelijk dat de werkgever een aanvraag vermindering afdracht scholing(WVA) kan doen.

 

• Overige subsidie bij WTV is niet mogelijk mits dreigend ontslag concreet is, dan is het mogelijke 4 maanden vooraf de datum van ontslag reïntegratie middelen van het UWV WERKbedrijf in te zetten.

 

3. ‘Inspanningsverplichting scholingen detachering': hoe ziet dat eruit? Wanneer voldoet het bedrijf hieraan?

 

Inspanningsverplichting scholing: als een bedrijf aan kan tonen dat men met dit scholingstraject bezig is met behulp van bijvoorbeeld een persoonlijk ontwikkelplan (POP) per medewerker. De inspanningsverplichting scholing betekent dat de werkgever alles in het werk stelt om scholingsmogelijkheden voor werknemers te benutten.
 

Inspanningsverplichting detachering: als een bedrijf aan kan tonen dat de werkgever er alles aan doet om werknemers bij collega-bedrijven te detacheren. Hiervoor kan een bedrijf gebruik maken van de kennis van een Werkplein of mobiliteitscentrum bij u in de buurt.

 

4. Wanneer is een opleidingsplan concreet genoeg?

 

Opleidingsplan: een opleidingsplan is concreet als de leerdoelen per werknemer op papier staan, met als tip dat een goed persoonlijk ontwikkel gesprek (POP)-gesprek per medewerker al veel duidelijk kan maken. Hierin heeft de werknemer dan ook de kans om zijn eigen ideeën over scholing/training in te brengen.

 
U geeft duidelijk aan wat u welke werknemers laat leren of waarin u ze gaat trainen. Vermeld daarbij of u een erkenning verworven competentie (EVC gaat toepassen, de soort opleiding of training, de duur, wie de opleiding/training verzorgt, wat de kwalificaties van die persoon of opleidingsinstituut zijn en wat u met de opleiding wilt bereiken. Bijvoorbeeld omscholing naar werk in een tekortsector/ scholing naar een hoger opleidingsniveau/scholing c.q. training ter verbetering van vakvaardigheden et cetera.

 

In de 1e periode van de (WTV/deeltijd WW) dient het bedrijf een opleidingsplan per medewerker te maken. Een opleidingsplan dient te maken hebben met de huidige functie, of de toekomst van de huidige functie of met betere kansen op de arbeidsmarkt.
 

In de 2e periode krijgt het bedrijf de tijd om het een en ander te organiseren met mogelijke partijen voor deze opleidingsplannen.
 

In de 3e periode dienen de trainingen uitgevoerd te worden.

 

5. Wat kan Kenniscentrum Handel voor werkgevers en werknemers betekenen?

 

Kenniscentrum HandelKenniscentrum Handel kan uw werknemers een EVC afnemen en u begeleiden bij het opstellen van uw scholingsplan. We kunnen u adviseren over de verdere ontwikkeling van uw organisatie en eventueel ondersteunen bij het detacheren van uw werknemers.

 

6. Deeltijd WW: wat houdt dat in?

 

Werkgevers krijgen een nieuwe mogelijkheid om werknemers, die ze door de crisis zouden moeten ontslaan, te behouden. Bedrijven kunnen een beroep doen op de regeling voor deeltijd WW wanneer ze voldoende gezond zijn om door de crisis heen te komen, ondanks een tijdelijk tekort aan omzet en orders. Deze bedrijven hebben vaak de behoefte om vooral gespecialiseerde vakkrachten te behouden voor als in de toekomst de vraag weer aantrekt.

 
De regeling gaat in op 1 april 2009 en loopt tot 1 januari 2010.
 

De werkgevers kunnen de deeltijd WW aanvragen voor hun werknemers na instemming van de vakbonden of personeelsvertegenwoordigers. Zij krijgen die dan eerst voor drie maanden en kunnen vervolgens twee keer een verlenging van zes maanden aanvragen. Met de vakbonden moeten de werkgevers ook afspraken maken over scholing tijdens de deeltijd WW.

De werknemers hoeven tijdens de deeltijd WW niet te solliciteren of een re-integratietraject te volgen. Werknemers met deeltijd WW leveren daarvoor opgebouwde WW-rechten in en bouwen tijdens het deeltijd WW geen nieuwe rechten op. De werknemers blijven gedurende de deeltijd WW in dienst bij de werkgever. Het is de bedoeling dat de werknemer na afloop van de deeltijd WW weer volledig gaat werken bij zijn werkgever. Als de werkgever hem toch tijdens de periode van deeltijd WW ontslaat, moet de werkgever het Uitvoeringinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) de helft van de betaalde werkloosheidsuitkering terugbetalen. Dat is ook het geval als de werkgever de werknemer ontslaat binnen minimaal drie maanden.

 

subsidieEen omscholingssubsidie van maximaal 2500 euro moet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om werknemers uit andere sectoren aan te nemen die hun baan dreigen te verliezen. Met de subsidie krijgt de werkgever de helft van de scholingskosten vergoed. De andere helft moet hij zelf betalen. Voorwaarde voor de subsidie is dat de werknemer na de scholing een diploma of certificaat behaalt. De overheid gaat verder de helft van de kosten van een traject voor een ervaringscertificaat, een zogeheten EVC-traject, vergoeden aan de werkgever voor werknemers die dreigen hun baan te verliezen en geen startkwalificatie hebben. Ook krijgen gemeenten, UWV en O en O-fondsen een extra mogelijkheid om voor maximaal 90 miljoen euro ESF-subsidie aan te vragen voor het aan het werk helpen van werkzoekenden.

HPBO (Hét Platform Beroepsonderwijs)
Ik ben...