Van de overheid. Voor ondernemers.

Waar in de wereld liggen kansen met uw onderscheidend vermogen?

Deze informatie is geplaatst door: Kamer van Koophandel

In principe is de hele wereld een potentiële afzetmarkt. Om het behapbaar te houden stelt u voor uzelf criteria op waar mogelijke afzetgebieden aan moeten voldoen. Langs deze meetlat selecteert u een aantal landen die nader onderzocht kunnen worden. Interne analyse van uw onderneming is voor het bepalen van deze criteria belangrijk. Dit geeft u inzicht in de kansen en de beperkingen waarmee u bij de landenselectie rekening moet houden, natuurlijk afhankelijk van het product dat u gaat exporteren. Een belangrijk criterium is het onderscheidend vermogen. Waarmee onderscheidt uw bedrijf zich in de bestaande markten en in welke andere markten kan dit ook het geval zijn? Het onderscheidend vermogen toetst u aan marktontwikkelingen, trends, concurrenten, verwachting van gegarandeerde verkoop et cetera.

Voorbeelden van onderscheidend vermogen:

  1. Een bedrijf kan zich op verschillende manieren onderscheiden in de (buitenlandse) markt. Aan de hand van onderstaande lijst onderzoekt u in welke landen u zich kunt onderscheiden. Dit maakt ook onderdeel uit van het marktonderzoek per potentieel land.
  2. Merkidentiteit: introduceren van een nieuw merk; gewone bananen worden Chiquita bananen, thuiszorg wordt “Zuster Anna”.
  3. Merkpositionering: een andere breinpositie geven; Interpolis, Glashelder!
  4. Merkwaarden en merkbelofte: uniek in belofte, marktrelevantie en consequente uitvoering; Hema staat voor degelijk, overzichtelijk en goedkoop.
  5. Marktcreatie: creëren van een nieuw marktsegment; energiedrank van Red Bull.
  6. Merkinnovatie: door co-innovatie, co-creatie, experiences en design; Lego ontwikkelt producten op basis van klantontwerp.
  7. Productnaam: kiezen van een onderscheidende naam; Chinese kruisbes wordt Kiwi.
  8. Productpositionering: een andere breinpositie geven; Kip: het meest veelzijdige stukje vlees, kip!
  9. Producteigenschap: claimen van een specifieke eigenschap; Volvo en veiligheid.
  10. Productingrediënten: unieke onderdelen of samenstelling; Intel Inside, Omega 3.
  11. Productcategorie: creëren van een nieuwe productcategorie; ontbijtyoghurt.
  12. Productinnovatie: steeds beter en nieuwer; 1, 2 en 3 mesjessysteem van Gillette.
  13. Productiewijze: specifiek proces, techniek of middelen; ambachtelijk gebrouwen bier.
  14. Productdesign: vernieuwend in vormgeving, verpakking en uitstraling; Senseo, Smartphone.
  15. Productcompabiliteit: koppelbare (software)systemen; Open Source.
  16. Profilering: onderscheid door symboliek of verpersoonlijking; Zeeuws Meisje.
  17. Prijs: de laagste prijs zoals Tele2, Formule1 of de hoogste prijs zoals Rolex, Hilton.
  18. Kwaliteit: de beste kwaliteit; Triniton beeldscherm van Sony.
  19. Service: extra service en ondersteuning; autopechhulp thuis van ANWB.
  20. Emotionele meerwaarde: Dove met “inner beauty” en “tijd voor echte schoonheid”.
  21. Klantgerichtheid: maatwerk in producten en diensten; beleggingsbank Robeco.
  22. Assortiment: breedte en diepte van het assortiment; Albert Heijn met Euroshopper.
  23. Specialiteit: één product, één voordeel, één boodschap; Footlocker met sportschoenen.
  24. Geschiedenis: ontstaan, afkomst, herkomst, leeftijd of ervaring; Sotheby sinds 1744.
  25. Klantbetrokkenheid: consumenten maken zelf ontwerpen en producten; bouwontwerpen Lego.
  26. Tijd: de eerste zijn en profiteren van first mover advantage’; Senseo.
  27. Trends: inspelen op trends en ontwikkelingen; Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en groene stroom.
  28. Voorkeur: sociale beïnvloeding; “de tandpasta die aanbevolen wordt door tandartsen”.
  29. Leiderschap: leider in categorie, verkoop, techniek of prestatie; Coca Cola met The Real Thing.

Deze informatie is geplaatst door:

Kamer van Koophandel

Heeft u nog vragen?

Kamer van Koophandel