Van de overheid. Voor ondernemers.

Jurisprudentie

Deze informatie is geplaatst door: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Geluid vormt vaak een belangrijk punt in de juridische procedures die worden gevoerd over windturbines. Omdat de normen recent zijn ingevoerd, is er nog relatief weinig jurisprudentie op dit gebied.

Hieronder zijn enkele belangrijke uitspraken kort samengevat, met de mogelijke consequenties voor nieuwe projecten.

Uitspraken

201001213/1/R4In deze uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State zijn twee belangrijke onderwerpen over geluidhinder besproken. Ten eerste oordeelt de Raad dat er geen sprake is van impulsgeluid door windturbines. Daarnaast stelt de uitspraak (en andere jurisprudentie) dat bewoners van gevoelige objecten buiten een straal van tien maal de tiphoogte van de turbine niet ontvankelijk zijn. Dit is omdat er geen rechtstreeks belang wordt geschaad. Gevallen die op de grens liggen worden individueel bekeken.

LJN BU8216, Rechtbank Middelburg, Awb 09/583In de gemeente Noord Beveland komen vijf windturbines. Volgens bewoners van een vakantiewoning heeft de gemeente in de ruimtelijke procedure ten onrechte geconcludeerd dat geen merkbare geluidhinder optreedt. De gemeente zou geen gedegen onderzoek hebben laten doen. Hoewel vakantiewoningen geen geluidgevoelige objecten zijn, oordeelt de Raad dat ook hier als uitgangspunt geldt dat de gemeente bovenmatige geluidhinder moet voorkomen. Deze uitspraak heeft betrekking op de ruimtelijke procedure, niet op het Activiteitenbesluit.

201100875/1/R2In de gemeente Noordoostpolder komen windturbines op land en in het water. Een aantal belangrijke punten over geluid kwamen aan de orde in deze zaak. De eerste twee hebben betrekking op het Activiteitenbesluit, de derde en vierde op geluid en ruimtelijke ordening:

  1. Appelanten beweren dat een geluidnorm van maximaal 40 dB(A) voor het IJsselmeer zou bestaan. Dit is echter niet aan de orde volgens de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State.
  2. De Afdeling oordeelt dat het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen grenswaarden niet strijdig zijn met Europees recht of algemene rechtsbeginselen.
  3. De Afdeling vindt het niet aannemelijk dat de geluidbelasting door toedoen van cumulatie tussen windturbines en agrarische activiteiten onaanvaardbaar hoog zou zijn. De agrarische activiteiten zorgen hier al voor een dusdanig hoge belasting, dat de toevoeging door windturbines zeer klein zal zijn.
  4. Appellanten stellen dat de leefkwaliteit buitenshuis onevenredig kan worden aangetast.
  5. De Afdeling oordeelt dat op basis van de ruimtelijke onderbouwing voldoende is gekeken naar dit punt en geen expliciet onderzoek hiernaar nodig is.

Consequenties

Uit de hier geciteerde uitspraken kunnen we drie algemene conclusies trekken:

  1. De geluidnorm Lden en Lnight is niet strijdig met Europees recht en is van toepassing op alle windturbines in Nederland.
  2. Windturbinegeluid is niet impulsachtig en niet tonaal, er geldt geen strafcorrectie.
  3. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet (bovenmatige) geluidhinder worden voorkomen, ongeacht de juridische status van een woning. In het algemeen mag men aannemen dat dit altijd het geval is als aan de Lden norm wordt voldaan.

Deze informatie is geplaatst door:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Heeft u nog vragen?

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Bel: 088 042 42 42