Van de overheid. Voor ondernemers.

CE-markering machinerichtlijn (2006/42/EG)

Deze informatie is geplaatst door: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Richtlijn 2006/42/EG harmoniseert de regels voor de verkoop van machines binnen de EU.

Tegelijkertijd moet deze richtlijn een zo hoog mogelijk veiligheidsniveau waarborgen voor consumenten en werknemers.

Toepassingsgebied

Onder de richtlijn vallen machines, verwisselbare uitrustingsstukken, veiligheidscomponenten, hijs- en hefgereedschappen, kettingen, kabels en banden, verwijderbare mechanische overbrengingssystemen en niet-voltooide machines. Artikel 2 van de richtlijn geeft precieze definities van elk van deze productgroepen.

Uitsluitingen

Artikel 1, lid 2 van de Machinerichtlijn noemt een groot aantal producten waarop de richtlijn niet van toepassing is, waaronder:

  • veiligheidscomponenten die identieke componenten vervangen en zijn geleverd door de fabrikant van de oorspronkelijke machine;
  • landbouw- en bosbouwtrekkers, motorvoertuigen en hun aanhangwagens, die vallen onder richtlijn 2007/46/EG en 2003/37/EG, en voertuigen die vallen onder richtlijn 2002/24/EG;
  • bepaalde elektr(on)ische apparaten die vallen onder de Laagspanningsrichtlijn, waaronder huishoudelijke apparaten voor privégebruik, audio- en videoapparatuur, IT-apparatuur; gewone kantoormachines, schakelmaterieel en besturingsapparatuur voor laagspanning en elektromotoren;
  • schakelmaterieel, besturingsapparatuur en transformators voor hoogspanningsinstallaties;
  • machines die worden geïnstalleerd op zeeschepen en mobiele offshore-eenheden.

Essentiële eisen

De richtlijn beschrijft de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen waaraan machines moeten voldoen voordat de fabrikant de CE-markering mag aanbrengen. Deze eisen worden uitvoerig beschreven in Bijlage I van de richtlijn.

Voor machines die zijn gebouwd volgens de toepasselijke Europese geharmoniseerde normen (EN, Engels) geldt een 'vermoeden van overeenstemming' met de essentiële eisen. In Nederland kunnen EN-normen worden aangevraagd bij het Nederlands normalisatie-instituut NEN.

Bijzonderheden

Op machines kunnen ook andere richtlijnen van toepassing zijn, zoals de EMC-richtlijn, de richtlijn drukapparatuur of de laagspanningsrichtlijn. Paragraaf 1.7 (Informatie) van Bijlage I van de richtlijn geeft gedetailleerde aanwijzingen over vereiste opschriften op machines, gebruiksaanwijzingen en de daaraan gestelde taalvereisten. De richtlijn geldt onverkort ook voor machines die ondernemers bouwen of importeren voor uitsluitend eigen gebruik.

Notified body

In de meeste gevallen mag een fabrikant zelf interne controles uitvoeren bij de productie van machines. Bij machines genoemd in één van de 23 categorieën in Bijlage IV van de richtlijn, mag een fabrikant interne controles uitvoeren als hij zich volledig houdt aan de EN-normen, die alle relevante gezondheids- en veiligheidseisen dekken. Is dat niet het geval, dan moet hij een EG-typeonderzoek instellen (in combinatie met interne controles) of een volledige procedure voor kwaliteitsborging uitvoeren. Voor deze procedures – zie Bijlagen IX en X van de richtlijn – moet de fabrikant een notified body inschakelen. Deze voert een conformiteitsbeoordeling uit en zorgt dat de technische documentatie de naleving van de producteisen voldoende ondersteunt. Is de notified body overtuigd van de conformiteit van het product? Dan verstrekt hij ter bevestiging een certificaat aan de fabrikant.

Conformiteitscontrole

De fabrikant is verantwoordelijk voor de controle op de conformiteit van zijn producten aan de machinerichtlijn. Voor de controle op producten genoemd in Bijlage IV van de richtlijn die niet voldoen aan de toepasselijke EN-normen, moet hij een notified body inschakelen. In alle gevallen moet de fabrikant een EG-verklaring van overeenstemming opstellen en ondertekenen. Deze verklaring moet voldoen aan de eisen van Bijlage II (deel 1, onder A) van de richtlijn.

Technische documentatie

De fabrikant moet een technisch dossier opstellen. Het dossier moet aantonen dat de machine in overeenstemming is met de eisen van de richtlijn. In Bijlage VII worden de documenten genoemd die minimaal aanwezig moeten zijn in het dossier, waaronder constructietekeningen, testresultaten en een beschrijving van de beschermingsmaatregelen. Ook de EG-verklaring van overeenstemming moet worden toegevoegd aan het dossier. De fabrikant moet het dossier bewaren voor de duur van 10 jaar na de datum waarop het laatste product in de handel is gebracht.

CE-markering

Als alle noodzakelijke stappen met succes zijn voltooid, moet de fabrikant het CE-markering op zijn product aanbrengen. Aanwijzingen daarvoor staan in Bijlage III van de richtlijn. De markering moet worden aangebracht in de onmiddellijke nabijheid van de naam van de fabrikant. Als een notified body betrokken is bij de productiecontrolefase, dan moet ook diens unieke identificatienummer daarbij worden afgebeeld.

Officiële teksten

Controlerende instanties

Meer informatie

Deze informatie is geplaatst door:

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Heeft u nog vragen?

Rijksdienst voor Ondernemend Nederland

Bel: 088 042 42 42